Kraambed

De eerste 6 weken na de geboorte van je kindje heten het kraambed of de kraamtijd. In de eerste 8-10 dagen na de bevalling komen we je regelmatig bezoeken. De verloskundige komt tijdens de eerste 8 tot 10 dagen van het kraambed regelmatig thuis kijken hoe het met jou en je pasgeboren baby gaat. De verloskundige is eindverantwoordelijk in deze periode en zij wordt hierin ondersteund door de kraamverzorgende die de dagelijkse controles uitvoert.

Tijdens de kraambezoeken informeren wij hoe het met jou, je partner en de baby gaat. We controleren de gezondheid van jou en je baby. We geven gevraagd en ongevraagd advies over allerlei onderwerpen, bijvoorbeeld over (borst)voeding, ouderschap, het herstelproces, etc.  Ook lichamelijke veranderingen en/of klachten maar ook emotionele veranderingen hebben onze aandacht. Bij problemen zoeken wij met jou en de kraamverzorgende naar oplossingen.

beschuit

Controles

In het kraambed worden bij zowel moeder als kind een aantal medische controles gedaan. Deze worden door de kraamverzorgster gedaan. Mocht zij iets afwijkends vinden of er bestaat twijfel, dan neemt ze contact op met ons om te overleggen. Wij zijn immers verantwoordelijk voor de zorg in het kraambed.

Controles moeder

De kersverse moeder wordt dagelijks gecontroleerd op de temperatuur, de pols, het plassen, het weer opgang komen van de stoelgang, de baarmoederstand, het bloedverlies, de borsten, de eventuele hechtingen of de wond van de keizersnede. Verder wordt er in de gaten gehouden of ze voldoende eet, drinkt en uitrust.

Controles kind

Het kindje wordt dagelijks gecontroleerd op de temperatuur, de huidskleur, het aantal natte luiers en kleur van de poep, inname van voldoende voeding, en ook het gewicht wordt dagelijks gemeten. De kraamverzorgster gaat je verder veel leren over de verzorging: het verschonen, het badje, het aankleden, etc.

Borstvoeding

borstvoeding

Er is lang gedacht dat het niet uitmaakte of een baby met moedermelk of met kunstvoeding werd grootgebracht. Dankzij uitgebreid onderzoek weten we nu dat borstvoeding wel degelijk verschilt van kunstvoeding.

Borstvoeding is het beste wat je je baby kunt geven. Het bevat alles wat een baby nodig heeft. Het beschermt tegen allerlei infecties en allergieën. Het beschermt tegen overgewicht, suikerziekte en hoge bloeddruk op latere leeftijd. Het is altijd op de juiste temperatuur en gratis. Ook voor de moeder heeft voeden met de borst voordelen, het zorgt ervoor dat de baarmoeder weer snel kleiner wordt na de bevalling, waardoor het bloedverlies beperkt blijft. Langdurig voeden verlaagt de kans op borst- en baarmoederhalskanker.

De voordelen van borstvoeding komen het beste tot hun recht wanneer je kindje ten minste zes maanden borstvoeding krijgt, maar elke week is natuurlijk mooi meegenomen. 

Gebleken is dat voorbereiding op de borstvoedingsperiode de slagingskans van borstvoeding verhoogt. Daarom krijg je van ons tijdens de zwangerschap het boekje ‘Borstvoeding’ van ons, waarin beschreven staat hoe borstvoeding in zijn werk gaat. Daarnaast adviseren we naar een informatiebijeenkomst te gaan. De aankondiging hangt in de wachtkamer en houd ook onze Facebook-pagina in de gaten.

Zie ook het filmpje 'Zo wordt borstvoeding gemaakt' op de website van het Voedingscentrum.

Voor meer informatie kun je op de volgende websites terecht:

Kunstvoeding

Niet elke moeder wil of kan borstvoeding geven. Kunstvoeding is dan het alternatief. Je weet precies wat je kind binnenkrijgt en iedereen kan de fles geven. De flesvoeding is echter minder goed afgestemd op de spijsvertering van de baby en de baby kan wat sneller last krijgen van verstoppingen. Dit wordt in supermarkten en drogisterijen verkocht en je kraamverzorgster weet hoe je deze voeding klaar moet maken. Je kunt het ook op de verpakking lezen. Ook zal zij je uitleggen hoeveel voeding je baby in de eerste week moet krijgen en hoe je de voeding het beste kunt klaarmaken en bewaren. Zij kan je ook informatie geven over verschillende flessen en spenen.

Voor na de eerste week geldt de volgende rekenregel:

150 ml x het aantal kilo’s dat de baby weegt gedeeld door het aantal voedingen per 24 uur.

Dus een baby van 4 kilo krijgt na een week 150 x 4 = 600 ml per 24 uur, gedeeld door 8 voedingen is 75 ml per voeding. Krijgt de baby 6 voedingen per 24 uur dan doe je 600 / 6 = 100 ml in het flesje.

Ongemakken in het kraambed

De bevalling is achter de rug. In sommige gevallen is dat het vlot en soepel verlopen en in sommige is dat een hele klus geweest. Je lichaam moet en mag herstellen nu. Dit gaat samen met wat lichamelijke ongemakken. Meer informatie over deze ongemakken vind je hier.

Hielprik en gehoortest

In de eerste week na de geboorte krijgt elke baby in Nederland een hielprik. De screening van het hielprik bloed levert belangrijke informatie op over een aantal ernstige ziektes. Vroegtijdige opsporing hiervan is belangrijk om schade aan de gezondheid te voorkomen of te beperken. De hielprik komen wij thuis bij jullie doen. De baby moet minimaal 72 uur oud zijn. Ben je rond die tijd nog in het ziekenhuis met je baby dan zal de hielprik door het ziekenhuispersoneel gedaan worden.

In de eerste weken na de geboorte wordt er een gehoortest gedaan. Met deze test wordt gemeten of je kind genoeg hoort om te leren praten.

Woon je in Krimpen aan den IJssel krijg je een uitnodiging om naar het consultatiebureau te komen voor de gehoortest. In Krimpen aan de Lek en Ouderkerk aan den IJssel komt een medewerker van het consultatiebureau bij je thuis langs. Deze test duurt een paar minuten en is pijnloos.

Meer informatie kun je vinden in de folder “Screening bij pasgeborenen, hielprikscreening en gehoorscreening

Of voor een vertaling hiervan klik je op deze link

voetjes

Geboorteaangifte

Aangifte van de geboorte van een kind moet binnen 3 dagen na de dag van geboorte gedaan worden in de gemeente waar het kind geboren is.

Soms kan het niet binnen 3 dagen, omdat het weekend of een feestdag is. Dan wordt de termijn verlengd met 1 dag. Je moet altijd 2 werkdagen hebben om aangifte te kunnen doen

Bij de aangifte wordt je kind geregistreerd in de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA) en krijgt een Burgerservicenummer (BSN). Dit gebeurt direct als je woont in de plaats waar je aangifte doet. Is je kind geboren in een andere gemeente dan waar je woont? Dan wordt je gemeente automatisch op de hoogte gesteld van de geboorte.

Benodigde documenten bij geboorteaangifte:

  • Geldig paspoort of ID-kaart van de persoon die aangifte doet. Of een rijbewijs als de persoon die aangifte doet woont in de gemeente waar aangifte wordt gedaan.
  • Een geldig paspoort of ID-kaart van de moeder. Of een rijbewijs als de moeder woont in de gemeente waar de aangifte wordt gedaan.
  • Geboortebericht van de verloskundige of van het ziekenhuis met daarin de geboortenamen, geboortedatum en geboortetijd van het kind.
  • Akte van erkenning (als het kind voor de geboorte is erkend).
  • Akte van naamkeuze (als bij erkenning voor de geboorte is vastgelegd welke achternaam het kind krijgt).

Consultatiebureau

Nadat wij het kraambed hebben afgesloten, neemt het consultatiebureau de zorg voor de baby van ons over. De wijkverpleegkundige van het consultatiebureau komt rond 2 weken na de bevalling bij je thuis langs; zij belt van tevoren om een afspraak te maken.

Tijdens die afspraak wordt kennis met elkaar gemaakt. Door middel van vragen wil het consultatiebureau in kaart brengen hoe het gaat met de baby en het gezin eromheen. Ook wordt er informatie gegeven over de groeicontroles en vaccinaties. Meestal zullen deze controles plaats vinden op het consultatiebureau bij een arts of verpleegkundige.

Tussentijds kun je ook altijd even gaan wegen op een zogenaamd inloopuur. Zeker bij het geven van borstvoeding kan dit erg prettig zijn en kan dit je wat meer zekerheid geven.

Verder kun je er terecht met vragen over verzorging en opvoeding.

Nacontrole

Ongeveer 6 weken na de bevalling mag je nog een nacontroleafspraak maken. Je kunt hier zelf ongeveer een week of 3 – 4 na de bevalling voor bellen. Je kunt aangeven bij wie je graag op nacontrole wil, vaak is dat bij degene die je bevalling heeft begeleid.

Wij bespreken met je het verloop van de zwangerschap, de bevalling en het kraambed. Er wordt gesproken over de gang van zaken in jullie gezin, de voeding van je kind en de controle door het consultatiebureau. We vragen naar het verloop van het bloedverlies, het herstel van de eventuele wond en of je continent bent voor urine en ontlasting.

Ook praten we met je over een eventuele volgende zwangerschap. We geven dan advies over hoe je zo gezond mogelijk aan een volgende zwangerschap kunt beginnen. Eventueel meten we je bloeddruk nog een keer en bepalen het ijzergehalte in je bloed. We bespreken nogmaals de anticonceptie. Natuurlijk zijn we er ook om je vragen te beantwoorden. We vinden het vanzelfsprekend leuk als je je kindje mee neemt!

Anticonceptie

De keuze of en voor welke anticonceptie je kiest, is aan jezelf en je partner. Over het algemeen raden we aan om de eerste negen maanden na een zwangerschap niet zwanger te worden, om zo je lichaam de kans te geven om te herstellen van alle veranderingen die er hebben plaatsgevonden. Na een keizersnede zal de gynaecoloog zelfs adviseren om je lichaam minimaal een jaar rust te geven.

Ongeveer twee weken voor de eerste menstruatie na de bevalling heb je een eisprong. Omdat je niet precies weet wanneer dit is, weet je ook niet vanaf welk moment je weer vruchtbaar bent. Het moment waarop je weer met anticonceptie begint hangt af van de soort anticonceptie die je kiest en of je fles- of borstvoeding geeft.

Als je bij flesvoeding voor de pil kiest, dan kun je daar in principe vier tot zes weken na het kraambed al mee beginnen. De eerste strip is dan niet veilig en geldt dus niet als anticonceptie. Dit heet 'blind' beginnen van de anticonceptie. Begin je op de eerste dag van de eerste menstruatie na de bevalling, dan is de pil wel meteen veilig, maar toch adviseren we de eerste strip als ‘onveilig’ te beschouwen. Tot die tijd zal je dan bijvoorbeeld een condoom moeten gebruiken. Geef je flesvoeding, dan vindt de eerste menstruatie meestal binnen zes tot tien weken na de bevalling plaats.

Als je borstvoeding geeft, kun je niet alle vormen van anticonceptie gebruiken. Als er bepaalde hormonen in zitten, kan de productie van de borstvoeding teruglopen. Ook kunnen deze hormonen via het geven van borstvoeding bij je kindje terechtkomen. De meeste vrouwen die volledig borstvoeding geven, hebben in die periode geen menstruatie. Dit verschilt echter wel per vrouw. Je bent vaak minder vruchtbaar in de periode dat je borstvoeding geeft, maar zeker niet onvruchtbaar. Aangezien je niet weet wanneer de eerste eisprong zal plaatsvinden, is het verstandig om op tijd na te denken over de soort anticonceptie die je wilt gaan gebruiken (indien gewenst). Het moment waarop je met de anticonceptie begint, hangt af van de soort anticonceptie waar je voor kiest.

Wil je meer informatie over de verschillende andere vormen van anticonceptie die je kunt gebruiken, vraag dan om meer informatie bij ons of de huisarts of kijk op www.anticonceptie.nl. Bij het afsluiten van het kraambed en op de nacontrole komt anticonceptie ter sprake.