Beoordelen van de baarmoeder

Bij elke controle wordt de groei van de baarmoeder nagegaan. Via de buik tasten we met de handen de baarmoeder af. Zo kunnen we controleren of het kind voldoende groeit. In de laatste maanden van de zwangerschap kunnen we de ligging van de baby bepalen. In de laatste weken voelen we naar het indalen van het hoofdje of de stuit. Vanaf een week of 20 controleren we de baarmoeder ook met behulp van een meetlint en meten we het aantal centimeters. Bij elke controle wordt er naar het hartje geluisterd.

De bloeddruk

De bloeddruk wordt elke controle gemeten. De bloeddruk wordt weergegeven in een boven- en een onderdruk (bv. 120/60). Vooral de onderdruk is van belang. Een lage bloeddruk in de zwangerschap kan geen kwaad, maar kan wel vervelende klachten geven, zoals duizeligheid en flauwte. Tegen het einde van de zwangerschap kan de onderdruk wat hoger worden. Een hoge bloeddruk maakt vaak extra zorg voor moeder en kind nodig.

Urineonderzoek

Bij de eerste controle vanaf de 7e maand contoleren we de urine op eiwitten en suiker. Bij een ongestoorde zwangerschap zullen we beide niet aantreffen.

Hoe vaak vindt controle plaats?

Periode Frequentie
8 t/m 20 weken Iedere 5 weken
20 t/m 24 weken Iedere 4 weken
24 t/m 32 weken Iedere 3 weken
32 t/m 36 weken Iedere 2 weken
36 weken tot de bevalling Iedere week

Als je de 41 weken bereikt hebt en nog niet bevallen bent (treur niet, in een week kan nog veel gebeuren) zullen we die week extra controles laten doen in het ziekenhuis. Er zal een hartfilmpje van de baby gemaakt worden en met de echo gekeken worden naar de hoeveelheid vruchtwater. Met deze twee gegevens beoordeelt de gynaecoloog of de baby het nog naar de zin heeft.