De bevalling kan zich op 2 manieren aankondigen; de vliezen breken of de weeën beginnen. Wanneer de vliezen breken volgt er meestal een plons vruchtwater en zal je onderbroek of nog meer nat zijn. Nog kenmerkender is dat je continu vruchtwater verliest, een maandverband is nu nodig om jezelf nog droog te houden. In de meeste gevallen (90%) begint de bevalling met de weeën.

Elke bevalling zou je onder kunnen verdelen in verschillende fasen, 5 in totaal. De duur van een bevalling wordt voornamelijk bepaald door de duur van de ontsluiting.

Latente fase

Tijdens het grootste deel van je zwangerschap is je baarmoederhals (cervix) ongeveer 3 cm lang. Tevens is de baarmoedermond aan het begin van de bevalling meestal gesloten. Het kan echter zijn dat je tijdens de laatste weken van de zwangerschap al wat ontsluiting hebt. Dit is vaker het geval als je al eerder zwanger bent geweest. De weeën tijdens deze fase zorgen ervoor dat de baarmoederhals inkort, gaat 'verstrijken' of dunner wordt en de baarmoedermond begint te ontsluiten.

De weeën zijn nog niet erg pijnlijk en meestal hoef je je activiteiten er niet voor te onderbreken: overdag ga je zoveel mogelijk door met je dagelijkse bezigheden (tenzij je verloskundige of gynaecoloog je anders geïnstrueerd heeft) en ’s nachts probeer je verder te slapen of in ieder geval te rusten. In de loop van deze fase nemen de weeën in kracht en duur toe en gaat deze over in de aktieve fase.

Aktieve fase

Dit is de periode vanaf 3 á 4 centimeter tot en met 9 centimeter ontsluiting, met steeds heviger wordende, regelmatige, weeën. Als de vliezen nog niet gebroken zijn, doen ze dat meestal spontaan tijdens deze fase. Zodra dit gebeurd is, gaat het hoofdje van je baby rechtstreeks tegen de baarmoedermond drukken, wat de ontsluiting meestal versnelt. De weeën worden tijdens deze fase gevoeliger en je moet je er helemaal op concentreren.

Hoe sterker de weeën, hoe groter de kans dat je vlot en zonder complicaties bevalt.
Het is dus de kunst om sterke weeën te krijgen. Daar kun je zelf iets aan doen. Weeën worden veroorzaakt door het hormoon oxytocine. Om goede weeën te krijgen is het dus zaak om zo veel mogelijk van dit hormoon in je bloed te krijgen. Er is een ander hormoon dat oxytocine tegenwerkt, namelijk adrenaline.

Adrenaline is een stresshormoon wat vrijkomt als je nerveus of bang bent, maar ook als je het koud hebt. Dus voor goede weeën is het nodig dat je zoveel mogelijk oxytocine en zo weinig mogelijk adrenaline in het bloed te krijgen.

Zorg daarom dat je het lekker warm hebt tijdens de bevalling. Niet allen de kou, maar ook mensen in je omgeving kunnen de weeën verstoren. De verloskundige bijvoorbeeld, of de telefoon en soms zelfs je eigen man/partner. Zoek daarom een plekje op in huis waar je je prettig voelt.

Wat erg belangrijk is om goede weeën te krijgen, is de pijn verwelkomen. Dat valt zeker niet mee, want bevallen doet veel pijn en pijn is onprettig. Toch is het de kunst om je daar niet tegen te verzetten. Verzet tegen de pijn en geeft extra adrenaline en verzwakt de weeën en verergert de pijn. Als het je lukt om je over te geven aan de pijn, om de pijn te verwelkomen dan is er een ander hormoon dat je gaat helpen; endorfine.

Endorfine is een stof die in de hersenen wordt aangemaakt en die lijkt op het medicijn morfine. Endorfine brengt je in een roes, je lichaam neemt het over van je verstand, waardoor het lijkt of je een beetje stoned bent. Dat is een goede gemoedstoestand om te bevallen. De weeën kunnen dan volop hun werk doen, je zit jezelf niet in de weg en door de endorfine gaan de scherpe randjes van de pijn af. Wat kun je doen om pijn te verwelkomen?

Het is belangrijk om je pijn te uiten en de controles erover los te laten. De een doet dat doormiddel van geluid te maken of juist in zichzelf te keren. Probeer je de pijn onder controle te houden dan hou je alles vast en dus ook het baringsproces. Want de kunst van baren is eigenlijk het loslaten van de controle, het ‘loslaten van je kind’. Dat is best lastig, want wij zijn zo gewend in ons leven om alles onder controle te houden.

Een ander heilzaam middel is warm water. Een warme douche of een warm bad heeft een heel ontspannende werking. De weeën worden beter en de pijn dragelijker. Dus zet een tuinkrukje of oude keukenstoel onder de douche en blijf eronder zitten zolang je het prettig vindt.

Overgangsfase

Dit is een fase tijdens de bevalling, die meestal niet als afzonderlijke fase genoemd wordt. Wij doen dit wel, omdat dit een moment is dat veel vrouwen als het moeilijkste moment van de bevalling ervaren. Het is de fase van 9 centimeter ontsluiting tot volledige ontsluiting. De weeën zijn nu zo hevig dat je vaak al wat persdrang hebt. Maar meestal mag je nog niet persen omdat de ontsluiting nog niet helemaal volledig is.

Je moet de weeën nog even proberen weg te zuchten, wat makkelijker gezegd is dan gedaan. Soms moet je in deze periode ook wat overgeven. Dit is het moment waarop je denkt, of misschien wel roept: "Ik kàn nu niet meer, het moet nu stoppen, snij mijn baby er maar uit, als er maar een eind aan komt!!!" Dit eind is gelukkig in zicht met het begin van de volgend fase: de uitdrijving.

De uitdrijving

Deze fase begint als de ontsluiting volledig is en eindigt met de geboorte van je baby. Pas als je volledige ontsluiting hebt, mag je starten met zelf aktief meepersen, ook als je voordien al persdrang voelt. Andersom kan het ook voorkomen dat je volledige hebt, maar nog geen aandrang hebt om te persen. In dit geval heeft het de voorkeur te wachten met persen tot je die persdrang wel hebt, tenzij je verloskundige of gynaecoloog anders beslist. Er zijn allerlei verschillende houdingen die je aan kunt nemen om te persen.

Bij het kiezen van de houding die voor jou het meest geschikt is, moet je één ding in je achterhoofd houden: dè ideale pershouding bestaat niet. De geschiktheid van een houding hangt af van verschillende factoren, waaronder de ligging van je baby. Ook hier geldt: kies die houding of houdingen waar jij je het prettigst bij voelt, tenzij je verloskundige of gynaecoloog je anders instrueert. Als dit je eerste bevalling is, kan je tijdens het persen het gevoel hebben dat er nauwelijks schot in de zaak zit: steeds als je denkt dat je baby wat verder naar beneden is gekomen, schiet hij weer een stukje terug. Oorzaak is dat deze baby de weg nog moet 'vrijmaken' en langzaamaan de weefsels oprekt.

Als je al eerder bent bevallen, verloopt de uitdrijving meestal een stuk sneller. Na een tijdje persen verschijnt het achterhoofdje van je baby. Daarna volgen het voorhoofdje, neusje en kin. Om geboren te worden maakt hij een schroefvormige beweging. Als zijn hoofdje is geboren, draait hij iets terug zodat zijn schouders in de gemakkelijkste stand komen. Dat is de uitwendige spildraai.

De rest van zijn lichaampje volgt daarna meestal vlot. Als je baby geboren is, wordt gecontroleerd of hij of zij goed functioneert buiten de baarmoeder. Als hulpmiddel gebruikt men de Apgarscore, die 5 controlepunten bevat: ademhaling, hartslag, kleur, spierspanning en reacties. Op elk punt kan je baby maximaal 2 punten scoren; in totaal kan hij er dus maximaal 10 krijgen.

Je verloskundige of gynaecoloog voert deze controle ongemerkt uit, terwijl jij je baby vasthoudt. Na de geboorte van je baby wordt zijn navelstreng doorgeknipt. Van dit afnavelen voelen noch jij, noch je baby iets. Op de navelstreng worden 2 klemmen gezet, waartussen die wordt doorgeknipt. Jij of je partner mogen dit gerust zelf doen.

Het nageboorte tijdperk

In deze periode, nadat de baby geboren is, moeten de placenta (moederkoek) en vliezen tezamen, ook wel nageboorte genoemd, nog geboren worden. Meestal voel je nog een paar weeën, die ervoor zorgen dat de baarmoeder samentrekt en verkleint. Hierdoor komt de placenta van de baarmoederwand los en voor de baarmoedermond te liggen. Je moet dan nog eenmaal meepersen om de nageboorte uit te drijven. Deze wordt dan goed nagekeken. Het is belangrijk dat de placenta volledig is en er geen lobben in de baarmoeder zijn achtergebleven.

Als je gehecht moet worden, omdat er een scheurtje is ontstaan of je ingeknipt bent, zal dit meestal direct na de geboorte van de placenta gebeuren.

Elke bevalling is verschillend en uniek; er bestaat geen standaardscenario. Al voordat de bevalling is begonnen, maar ook tijdens elke afzonderlijke fase, kunnen er redenen zijn om in het ziekenhuis te bevallen of naar het ziekenhuis te gaan om je daar verder te helpen met behulp van medische kennis en technieken. Uiteindelijk willen alle mensen die jou helpen tijdens je bevalling hetzelfde: zo veilig mogelijk werken met als hoofddoel een gezonde moeder met een gezonde baby.

Het ontsluitingsproces in beeld

Geboorte fase 1 Wanneer je zwanger bent van je eerste kindje, dan is de baarmoedermond aan het einde van de zwangerschap nog dicht, als een dicht tuutje.

Geboorte fase 2 Aan het einde van de zwangerschap van je tweede of derde kindje (of meer) is de baarmoedermond meestal al een stukje open. Dit is normaal en kan geen kwaad.

Geboorte fase 3 De bevalling is begonnen. De ontsluiting neemt toe. De weeën komen om de 2 à 5 minuten en duren ongeveer een minuut.

Geboorte fase 4 De ontsluiting is hier volledig. De baarmoedermond is geheel verdwenen.

Geboorte fase 5 De uitdrijving begint als er goede persweeën zijn.

Geboorte fase 6 Het hoofd wordt langzaam geboren.

Geboorte fase 7 Als het hoofd geboren is, draait hij iets terug zodat zijn schouders in de gemakkelijkste stand komen. Dat is de uitwendige spildraai.

Geboorte fase 8 Hierna worden de schouders en het lijfje van het kindje geboren.